woensdag 26 augustus 2026

Dolly Parton

 Het overlijden van Dolly Parton, een herpublicatie van een blog, geschreven 26 februari 2015:


Apeldoorn in de vroege ochtend, ik heb het al vaak gezien en eigenlijk hoef ik het niet te zien. Zo werd ik 39 jaar geleden op deze zelfde plek, alleen vier verdiepingen hoger, wakker na een operatie aan mijn enkel. Onverwacht na een ongelukje met mijn  brommer en een onbekende auto. Behoorlijk pijn en een beetje confuus van alle gebeurtenissen werd ik wakker. Eigenlijk zoals nu ook weer. 39 jaar geleden waren er nog geen tv's op de kamers en had je alleen radio. Met een grote oorschelp kon je daar naar luisteren en het waren geloof ik zes zenders. Ja, die goeie oude tijd. Wakker werd ik dus en half soezerig hoorde ik op de radio een liedje dat ik, op de een of andere manier, troost kon geven. Jolene van Dolly Parton werd gespeeld en ik vond het mooi. Nooit van haar noch het liedje gehoord. Later, uit het ziekenhuis, op zoek naar het nummer en wie het zong. Dat waren toen of andere zoektochten want nu agaan we internet op en je vind van alles maar, ter herinnering, dat was er toen nog niet. Zoeken in de weinige muziekbladen en luisteren naar de radio of het liedje weer langs kwam en dan snel decassetterecorder aan om op te nemen. Nu, 39 jaar later in weer in datzelfde ziekenhuis en ben voorzien van een iPhone en iPad, wat een luxe toch. Vanuit mijn bed bel ik met mijn relatief nieuwe werkgever om ze kond te doen van het ziek zijn van hun employee. Met een figuurlijke pijn in het hart want het zouden de laatste dagen zijn in mijn oude wijk. Dat betekent afscheid van cliënten en van sommige had ik dat persoonlijk willen doen. Het gaat helaas niet gebeuren en dat spijt me zeer. Zo zie je maar dat de ene vroege ochtend de andere niet is. Jolene is eigenlijk een zeiklied kom ik tot de ontdekking maar wel een mijn mooie zeiklied en daarom. Nu is het zo, in een bed allemaal minder handig anders kon u er nu naar luisteren. Met een beetje geluk zet het andere Klinkertje het voor mij achter deze blog. Tot de volgende. Dolly

maandag 17 augustus 2026

Ees

We hebben met onze oudste en onze kleinzoons een prachtig weekend in Drenthe mogen doorbrengen. Nog wel een dorpje naast het ons bekende Odoorn. De plaats, in die tijd gemeente, waar mijn vader geboren is. Op een mooi park en in een mooie omgeving waar het andere Klinkertje en uw schrijver nog een paar maal per auto zijn rond gedwaald. De oude stekken bekeken waar overigens niet veel meer te herkennen valt. Net als in Eerbeek vallen de huizen die door ons of door familie bewoond zijn ten prooi aan de slopershamer. Toch is het fijn om, voor mij althans, even te dwalen door de gedachten van, inmiddels, vijftig jaren, geleden. In het oneindige lint van woningen en bedrijven van Valthermond welk dorp zo’n kleine tien kilometer lang is. Even gekeken bij onze naamgenoot die vroeger hier een winkel had maar welke ze aan de binnenkant aan het slopen, of renoveren, zijn.


Voorbij de Mondenweg, richting Musselkanaal, wordt het dorp steeds mooier want daar is het Zuiderdiep nog een diep ( een kanaal) en dat staat veel fraaier dan de gedempte. Jammer wel van het landschap maar dat is maar zo. 
Met ons gezelschap hebben we natuurlijk een toeristische tour gemaakt want nog nooit geen hunebedden gezien en dat hebben we ingehaald. 

Tussen Klijndijk en Valthe bevindt zich een hunebed en in het bosverscholen een onderduikhol. Vooral het onderduikhol maakte indruk want het daar aanwezige hunebed is niet echt een schoonheid. Daarom, na bezoek aan de bakker in Valthe ( Groningse hardbroodjes) een bezoek gebracht aan het hunebed in de boswachterij van Exloo. Dat is een fraai bewaard gebleven exemplaar, zie foto. En verder natuurlijk veel lol gehad want de avonden waren kostelijk met spellen als Hitster, onze eigen versie van Wie ben ik en natuurlijk het onnavolgbare rummikub. Hilarische taferelen speelden zich in de avonduren af. We hebben ons ook. ngo een aantal keren begeven naar het nabij gelegen Borger voor inslaan van eten en hapjes, het was meer dan een genoegen.

maandag 10 augustus 2026

Lunettestraat

Bij toeval kwamen het andere Klinkertje en uw schrijver deze week door Zutphen, door mijn oude werkgebied in de Zuidwijken en het Waterkwartier. Veel bekende adressen waar ik aan de buitenkant wel kan zien dat er andere mensen wonen dan ik indertijd geholpen heb. Het is inmiddels al 10 jaar terug dat ik in die wijken mocht werken. Het was wel een voorrecht om daar in de wijk te werken en oh, wat heb ik veel plezier gehad. Plezier met bijzondere cliënten en bijzondere collega’s, in deze bijzondere wijken in Zutphen. Maar goed, we reden door het Waterkwartier en even snel rechts kijkend zie ik niets meer van de voormalige jeugdgevangenis die er ooit stond. Even het straatje in gereden tot aan de Lunettestraat waar links toch het laatste stukje ruïne van de voormalige jeugdgevangenis blijkt te staan . Nu zult u denken; wat is het belang voor uw schrijver. Wel, dat is eigenlijk wel een bijzonder verhaal en hoe het toeval een rol speelt in je leven. En niet alleen het mijne uiteraard maar voor de hele constellatie van mijn familie. Mijn vader moest na WO 2 in dienst zoals alle jongemannen in die tijd. Kreeg daar een basisopleiding en belangrijk, hij moest leren om met geweer en bajonet om te gaan. Een bajonet is een langwerpig soort mes dat op de loop van een geweer wordt gezet om een ander te verwonden of te doden. ” Om een ander mens te doden, stel je voor” en dat was iets waarvan hij van zichzelf goed wist dat hij dat nooit zou kunnen. In die tijd speelden de politionele acties in Indonesië zoals ze werden genoemd maar we waren natuurlijk gewoon in oorlog met een groot deel van de Indonesiers die streden voor onafhankelijkheid. Het is als Poetin in deze tijd die de oorlog met Oekraïne geen oorlog noemt maar een speciale militaire actie. Maar goed, mijn vader weigerde om aan die oorlog deel te nemen en kwam in het kamp van de dienstweigeraars die er toen ook waren. Eerst gevangen gezet in Schoonhoven ZH ( voor de oudere lezers, samen met bijvoorbeeld Herman Wigbold ) en vanwege zijn leeftijd later gevangen gezet in de jeugdgevangenis in Zutphen. Later, veel later, klapte hij opeens open ten opzichte van het andere Klinkertje en kwam zijn verhaal eruit. Zelf had ik het nog nooit gehoord. Wat we wel wisten is dat hij daar een tijd had moeten doorbrengen maar nooit het fijne ervan. Achteraf was ik trots op hem dat hij alle maatschappelijke weerstanden doorstond. Het heeft hem niet geholpen want in die jaren kon je geen Rijksbetrekking krijgen en waren ook sommige andere zaken een stuk moeilijker als je was geweest waar hij was geweest. Hoe dat tegenwoordig gaat weet ik niet maar hij ging vanuit Zutphen uit werken in Doesburg, bij de blikfabriek. In de gevangenis leerde hij om te kappen; haren knippen met een handapparaat. Dat heeft hij nog heel lang gedaan bij uw schrijver en anderen. Na afloop van zijn detentie wilde hij graag in deze streek blijven want werk en daaraan was zwaar gebrek in het gebied van zijn afstamming; de veenkoloniën op de grens van Drenthe en Groningen. Hij moest dus de gevangenis verlaten en kon blijven werken in Doesburg en zocht dus een kosthuis en dat werd
gevonden in Brummen. Daar leerde hij mijn moeder kennen, zij 20 en hij 26 trouwden en gingen in Doesburg wonen. Er zijn nog hele verhalen te vertellen over hoe het verder ging en dat doe ik misschien nog weleens. Wat ik vooral wilde aantonen is dat toeval een enorme rol speelt in het leven. Veronderstel dat mijn vader, die het dan waarschijnlijk niet geweest was, in Schoonhoven ZH had moeten blijven, dan was er een totaal andere geschiedenis ontstaan zoals u zal begrijpen. De ruïne aan de Lunettestraat speelde een belangrijke rol in het leven van mijn vader en daarmee de mijne.